 |
Natuurkundige, schrijver en D66-voorman
"Dieren, zeker zoogdieren, beschermen hun kinderen. Als in plaats daarvan mensen hun kinderen inzetten bij gewapende conflicten, is de kwalificatie 'beestachtig' daarvoor een belediging voor dieren. Het is vreselijk om kinderen op deze manier fysiek in gevaar te brengen, maar zeker zo erg in moreel opzicht. Wat moeten deze kindereen aan met de rest van hun leven, als ze daar al aan toe komen? Iedere inspanning om het inzetten van kindsoldaten tegen te gaan, verdient onze steun."
|
|
Werd na dertien jaar natuurkundig onderzoek, na Van Mierlo, hét gezicht van D66. In 1971 Tweede-Kamerlid en in 1973 fractievoorzitter. Wist in 1976 zijn partij te redden en vervolgens naar electoraal succes te leiden. Vice-premier en minister van Economische Zaken in het tweede en derde kabinet-Van Agt. Botste toen vaak met zijn collega-minister Den Uyl en kwam zowel binnen als buiten zijn partij onder vuur te liggen.
Werd in 1982 met tegenzin weer lijsttrekker, maar verdween na de voor D66 teleurstellende verkiezingen enige jaren van het politieke toneel. In 1991 de eerste D66-Commissaris van de Koningin en later nog vier jaar senator. Kalme, vriendelijke domineeszoon, die als de verpersoonlijking van 'het redelijke alternatief' (de slogan van zijn partij) bekendstond en door velen werd getypeerd als 'de ideale schoonzoon'.
|
|